Lieneke Dijkzeul
home
Romans
Kinderboeken
Biografie
Contact
Nieuws
Zoeken
Links

Interview met Lieneke Dijkzeul

Paul Vegter bevalt me zeer....

Je hebt meer dan vijftig kinder- en jeugdboeken geschreven. Waarom ben je misdaadromans gaan schrijven voor volwassenen? Waarom bijvoorbeeld geen romans?
Over het verschil tussen romans en misdaadromans is momenteel een levendige discussie gaande… Natuurlijk bestaan er verschillen, maar die hoeven niet onoverbrugbaar groot te zijn. Ik geloof dat het mede afhangt van de manier waarop een misdaadroman wordt geschreven. Misdaad overkómt mensen, ook de dader. Zoals de meeste dingen. Opvoeding, omstandigheden en de kijk op het leven spelen daarbij een grote rol. Wat ik probeer is een klein, persoonlijk verhaal te schrijven, zo dicht mogelijk op de huid. Uiteindelijk zijn ook de grootste misdaden terug te brengen op karakter en persoonlijkheid van degene die ze begaat. Niettemin: een boek over bijvoorbeeld een wijdvertakte misdaadorganisatie zou ik niet kunnen schrijven. Het motief daarachter is uitsluitend geld, en dat vind ik niet interessant. Natuurlijk is macht daarbij van grote invloed, maar altijd met geld als drijfveer. Voor mij is de psychologie van dader en slachtoffer veel boeiender. Een misdaad vergroot uit, roept sterke emoties op, trekt aan en stoot af. Wat wil je als schrijver nog meer?

Zou je enkele kenmerkende verschillen en overeenkomsten kunnen noemen tussen het schrijven van jeugdliteratuur en misdaadromans?
Er zit natuurlijk een verschil in de behandeling van het thema. Ook in een jeugdboek kun je bijna elk thema aansnijden, maar de manier waarop is uiteraard anders dan in een boek voor volwassenen. Daarnaast pas je in een jeugdboek woordkeus en zinsbouw en –lengte aan, en vanzelfsprekend is je hoofdpersoon een kind.
Wat betreft de overeenkomsten: de spanningsboog van kinderen is korter, maar een cliffhanger aan het eind van een hoofdstuk stimuleert iedereen om verder te lezen. Ook in misdaadromans zijn cliffhangers een bijna voorgeschreven regel.
Daarnaast – nu ik erover nadenk – heb ik het idee dat het sterke rechtvaardigheidsgevoel zoals kinderen dat hebben, ook meespeelt bij de lezers van misdaadromans. Het kwaad moet bestraft worden. Dat kun je moralistisch noemen, maar het is wel een van de pijlers waarop de maatschappij is gebouwd. Het is een instinct waarvan we blij mogen zijn dat we het bezitten; zonder dat zouden we vervallen tot anarchie.

In Koude lente schrijf je erg overtuigend over een jeugdbende en de mechanismes binnen zo’n groep. Is je kennis en kunde over deze thema’s mede te herleiden tot je ervaring met jeugdliteratuur?
Dat ik al 20 jaar voor kinderen schrijf, heeft zeker geholpen bij het schrijven van Koude lente . Maar behalve dat: al heel veel jaren lees ik andere jeugdboekenauteurs, en ik denk dat je mag zeggen dat Nederland wat betreft de jeugdliteratuur kwalitatief voorop loopt.

Een recensent schreef dat je een aanwinst bent voor de Nederlandse sociaal-realistische misdaadroman. Wat vind je van de indeling binnen deze categorie? Was het je intentie om sociaal-realistische boeken schrijven?
Het is nooit mijn intentie om een boek te schrijven dat in een hokje past. Liever niet, zelfs. Geen auteur gaat zitten met de bedoeling om nu eens een sociaal-realistisch boek te schrijven. Maar als het dan toch een etiket moet hebben… Een boek stoelt op de waarneming van de schrijver. Onze maatschappij is enorm gecompliceerd, een ongelooflijk ingewikkeld raderwerk, en voor een auteur zijn juist de verbogen tandwieltjes die een deel van dat raderwerk laten stagneren, van belang. Waarom is dat tandje verbogen? Daar laat je je fantasie op los, maar tegelijkertijd zijn misdaadromans altijd gebaseerd op de werkelijkheid zoals die is of zou kunnen zijn. Als dat niet zo is, zit je in een ander genre. Hoewel, ook bijvoorbeeld sciencefictionromans handelen, simplistisch gezegd, meestal over de onmogelijke liefde van een aardling voor een Saturnusmeisje. We kunnen niet anders, we hebben geen ander voorbeeld.

Het viel me op dat je – al dan niet zijdelings – thema’s aankaart die in het Nederland anno 2007 spelen. Daarnaast snijd je ook universele onderwerpen aan zoals : omgaan met ziekte of de rol van het milieu bij de opvoeding. Is dit een bewuste keuze?
Ik ben Nederlandse, dus de Nederlandse samenleving is de wereld die ik het beste ken. De misstanden daarin houden je bezig, want daar word je dagelijks mee geconfronteerd. Onderwerpen als omgaan met ziekte of de rol van het milieu bij de opvoeding zijn inderdaad universeel en komen al schrijvend boven. Als je aan een boek begint, heb je de verhaallijn in je hoofd, maar de invulling ervan komt pas onderweg. Gelukkig. Stel je voor dat je alles al pasklaar zou hebben. Juist die invulling is het avontuur van het schrijven. Daarnaast: onze maatschappij wordt steeds harder. Wie niet kan meekomen, valt buiten de boot. En dat terwijl we voor elk maatschappelijk probleem wel een commissie of werkgroep in het leven hebben geroepen. Ik heb steeds vaker het gevoel dat al die miljoenen die daarin worden gepompt, alleen maar dienen om onze individuele verantwoordelijkheid af te kopen. Toch schrijf ik beslist niet met de bedoeling eens fijn misstanden aan de kaak te stellen, maar ook ongewild zijn boeken een spiegel voor wie er oog voor heeft.

Een uitspraak uit de pedagogiek is: ‘Elk kind heeft recht op tenminste 1 persoon die van hem of haar houdt.’ In Koude Lente komt een jongere voor die eigenlijk niemand heeft. Waarom heb je hem gemaakt zoals hij is?
Het antwoord daarop is eenvoudig: omdat er heel veel kinderen zijn die op zo’n gruwelijke manier in de steek worden gelaten. En als ze dan ontsporen, is de verontwaardiging groot. Verwaarloosde kinderen zijn een potentiële tijdbom. Dat weten we, en toch gebeurt het. Door onverschilligheid, onachtzaamheid en de het-hemd-is-nader-dan-de-rokmentaliteit. Het is kortzichtig denken. Dat breekt ons op, en toch leren we er niet van.

In je eerste boek maakte de lezer kennis met inspecteur Paul Vegter. Ook in Koude lente is een hoofdrol voor hem weggelegd. Ben je van plan meer boeken te schrijven met deze inspecteur in de hoofdrol? Bevalt zijn gezelschap?
Paul Vegter bevalt me zeer! Het is een man die, zoals veel mensen van middelbare leeftijd, denkt zijn zaakjes goed op orde te hebben. Carrière gemaakt, financieel geen problemen, kinderen volwassen. Die schijnzekerheid wordt door de onverwachte dood van zijn vrouw onderuit gehaald. Hij moet opnieuw beginnen, terwijl alles daartegen spreekt; zijn leeftijd, zijn status en niet in de laatste plaats zijn geestesgesteldheid. Van hem verlangt het leven plotseling een flexibiliteit die hij niet meer nodig dacht te hebben, en die hem dus zwaar valt. Ik ben nog niet klaar met hem!

Heb je veel research gepleegd voor Koude lente? Hoelang heb je over dit boek geschreven?Misschien klinkt het arrogant, maar voor Koude lente heb ik nauwelijks research gepleegd. Dat komt vooral doordat ik niet zozeer geïnteresseerd ben in de technische aspecten met betrekking tot het oplossen van een misdaad, als wel in het motief. Je kunt een verhaal vertellen op de manier die jou goeddunkt. Ik kies ervoor om de reden waarom te belichten.
Ik ben bepaald geen snelschrijver, maar nog vóór De stille zonde was verschenen, diende zich de eerste zin van Koude lente aan. Die was zo dwingend en bood zoveel speelruimte dat ik wel gedwongen was ermee aan de slag te gaan. Per slot liggen goede ideeën niet voor het oprapen…
Het feitelijke schrijven van het boek heeft ongeveer 6 maanden in beslag genomen.

Schrijven is hard werken wordt vaak gezegd. Zou je iets kunnen vertellen over hoe het schrijven bij jou verloopt ?
Dat schrijven hard werken is, is zonder meer waar. Maar, zoals Hugo Claus zei: niet schrijven is erger. Het vraagt veel discipline, en voor mij betekent dat 7 avonden/nachten per week achter mijn pc zitten. Gelukkig heb ik met die discipline geen moeite. Ik ben een avondmens, dus ’s ochtends schrijven is geen optie. Dan is de wereld te grauw en te nuchter. ’s Avonds en ’s nachts is er ruimte voor onalledaagse gedachten en lijken de mogelijkheden onbegrensd. Waarom? Ik heb er niet echt een verklaring voor. Het werkt gewoon zo. En schrijven levert zoveel op! De opwinding van een goed idee, het gestaag uitwerken ervan, het zien groeien van een boek, die ene mooie regel die uit het niets lijkt te komen, een hoofdstuk waarover je zo tevreden bent dat je ’s nachts om 5 uur nog in je bed ligt te stuiteren… Kortom, het bezig zijn met taal. Wie zou er nu níet willen schrijven? Zelfs al lig je soms ook tot 5 uur wakker uit pure wanhoop?

Lees je zelf wel eens misdaadromans? Misschien was je zelf al een liefhebber voordat je ze begon te schrijven? Zo ja, van welke schrijvers?
Zeker lees ik misdaadromans, zij het wegens tijdgebrek minder dan ik zou willen. Er wordt gezegd dat wanneer een schrijver geboren wordt, er een lezer sterft. Daar zit veel waarheid in.
Ik heb praktisch alles gelezen van Ruth Rendell en haar alter ego Barbara Vine. Ook Sjöwall & Wahlöö heb ik verslonden en vele malen herlezen. P.D. James, alle tien delen over inspector Charlie Resnick van John Harvey, alle Brunetti’s van Donna Leon, destijds natuurlijk alles van Ira Levin, met als absoluut hoogtepunt A kiss before dying. Momenteel heb ik grote bewondering voor de Zweedse auteur Inger Frimansson. Zo veel oog voor detail, en die Scandinavische zwaarmoedigheid… Haar De schaduw in het water bevat alle elementen die een goede thriller moet bevatten.
Is er tot slot nog iets dat je graag kwijt wilt aan de lezers?
Kwijt willen aan de lezers… Pfff… Wat me opvalt is dat er in zo snel tempo geconsumeerd wordt. Een auteur denkt na over elke zin, wikt en weegt eindeloos. Soms bekruipt me de gedachte dat veel lezers vooral haastig onderweg zijn naar het volgende boek, te weinig tijd nemen om te herkauwen. Al zal dat voor mij nooit een reden zijn me het genoegen van het wikken en wegen te ontzeggen.

Ine Jacet, www.misdaadromans.nl 1-11-'07